Alleen met je baby

Voor het eerst alleen met je pasgeboren baby, dat is vaak hartstikke spannend. Bijvoorbeeld als je net thuis bent uit het ziekenhuis of in je eerste nacht alleen met je baby. Om je op weg te helpen, hebben we een aantal algemene tips op een rijtje gezet.

Onderstaande tips vind je ook achterin het Zorgplan. Schrijf je vragen vooral op, zodat je ze op een later moment aan de kraamverzorgende kunt stellen.

Thuiskomst uit ziekenhuis

  • Als je thuis komt, haal je de baby uit het autostoeltje en trek je het jasje uit. Houd het mutsje nog op, zodat de baby niet teveel afkoelt.
  • Leg je baby in het eigen bedje of houd de kleine lekker bij je in bed. Doe dit alleen als je wakker bent. Word je slaperig? Leg je kindje dan in zijn/haar eigen bedje, vanwege de kans op wiegendood.
  • Eet en drink zelf wat, ga even plassen en daarna lekker je bed in. Je lichaam heeft rust nodig.

Veilig slapen

  • Zorg dat het bedje verwarmd is door een kruik.
  • Leg je baby op zijn of haar rug in het eigen bedje.
  • Zet het bedje bij jullie op de kamer (rooming-in), dit is het meest veilig.
  • Maak het bedje kort op. Dit betekent dat je baby met de voetjes tegen het voeteneinde van het bedje ligt en de dekentjes tot aan de schoudertjes komen. Zo kan je baby niet onder de dekentjes komen met zijn of haar hoofdje.
  • Stop de kleine lekker strak in. Dat geeft een geborgen gevoel, net als in de baarmoeder.

Borstvoeding

  • Leg de baby aan de borst, wanneer de baby wakker wordt.
  • Zorg ervoor dat er niet meer dan 4 uur tussen de voedingen zit. Maak je baby dan wakker om te drinken.
  • Neem tijdens of na de voeding iets te drinken, zo houd je je vochtbalans op peil.
  • Neem een makkelijke houding aan voor het voeden. Let erop dat het mondje van de baby goed geopend is. En dat het voeden bij jou geen pijn doet na de eerste slokjes.
  • Schrijf voor de kraamverzorgende op wanneer je voeding hebt gegeven.

Kunstvoeding

  • Bij kunstvoeding houd je het advies van het ziekenhuis of de verloskundige aan.
  • Voor het klaarmaken van de voeding volg je de richtlijnen op de verpakking.
  • Schrijf voor de kraamverzorgende op wanneer je voeding hebt gegeven.

Verschonen luier

  • Verschoon je baby vóór het voeden, zodat hij/zij goed wakker is.
  • Temperatuur je baby bij iedere verschoning.
  • Verschoon de luier ook bij ontlasting.
  • De eerste ontlasting (meconium) is zwart/groen en taai. Dat is normaal.
  • Bewaar de luiers voor de kraamverzorgende.
  • Gebruik billendoekjes voor het schoonmaken van de billen.

Temperatuur baby

  • Temperatuur je baby de eerste dagen om iedere verschoning en bij twijfel.
  • In de kraamtijd moet de temperatuur van je baby tussen de 36,8°C en 37,2°C liggen.
  • Leg je baby op de zij en breng de thermometer in de anus tot iets voorbij het zilveren puntje.
  • Is de gemeten temperatuur laag? Huid-op-huidcontact tussen ouder en kind is vaak voldoende om de temperatuur weer op peil te krijgen. In het bedje kunnen een mutsje en kruik uitkomst bieden. Als de baby na een uur niet op temperatuur is, dan raden we aan om contact op te nemen met de verloskundige.
  • Is de gemeten temperatuur te hoog? Haal een dekentje weg of trek een laag kleding uit en meet na 1 uur opnieuw. Blijft de baby een hoge temperatuur houden of is de temperatuur boven de 38 graden? Neem dan contact op met de verloskundige. Ook in de nacht.
  • Schrijf de temperatuur op voor de kraamverzorgende.

Kruik klaarmaken

  • Plaats de kruik in de gootsteen, doe er een kopje koud water in en vul de kruik verder met gekookt water tot er een bolletje op staat. Schroef de dop goed dicht, waarbij je de kruik met een schone, droge handdoek vasthoudt.
  • Controleer of de kruik niet lekt. Leg de kruik op z’n zij en rol hem heen en weer. Kijk bij de dop of er zich druppeltjes vormen. Blijft de kruik droog, dan is deze veilig om te gebruiken. Vormen zich druppeltjes, dan droog je het gebied rond de dop goed af en rol je de kruik nogmaals heen en weer. Blijven zich druppeltjes vormen, laat de kruik dan even rechtop staan.
  • Controleer na een paar minuten of de kruik nog steeds lekt. Een lekkende kruik gebruik je niet.
  • Als de kruik niet lekt, dan trek je de kruikenzak van boven naar beneden over de kruik heen. Sluit deze kruikenzak goed af.
  • Leg de kruik tussen twee dekentjes met een handbreedte van je baby af. Zorg ervoor dat de dop van de kruik richting het voeteneinde ligt.

Kraamvisite

Visite bij thuiskomst uit het ziekenhuis is vaak te druk. Jullie moeten zelf bijkomen en wennen aan de nieuwe situatie. Durf aan te geven bij de visite als het een keer niet uitkomt. Een paar extra handen in de buurt, om je even te helpen, is wel fijn.

Misselijkheid en spugen baby

Veel baby’s zijn de eerste 48 uur na de bevalling misselijk, dat komt door ingeslikt vruchtwater of bloed. Dit herken je door gekke gezichtjes trekken, het uitsteken van de tong en spugen. Leg je baby op de zij of houdt je baby rechtop (nekje goed ondersteunen), zodat je kindje zich niet kan verslikken. Wrijf zacht over het ruggetje. Meestal hebben baby’s, die erg misselijk zijn, geen zin om te drinken.

Verslikken baby

Baby’s verslikken zich regelmatig. Er komt dan vocht in de luchtpijp in plaats van in de slokdarm. Vaak komt het vocht er vanzelf uit door te hoesten. Verslikt je baby zich langer, dan kun je je baby voorover leggen op het buikje en krachtig van de rug naar de nek wrijven. Blijft je baby er last van houden raadpleeg dan je verloskundige.

Ademhaling baby

Pasgeborenen hebben een onregelmatige ademhaling en kunnen geluiden maken bij het in- en uitademen. Vaak even wennen voor kersverse ouders. Als je hier vragen over hebt, stel ze dan aan je kraamverzorgende of verloskundige.

Huilen baby

Misschien heeft je baby honger. Geef je baby voeding en houd je kindje lekker tegen je aan. Eventueel bloot op bloot. Jouw aanwezigheid, hartslag, geur, stem en warmte stellen je baby gerust. Krampjes kunnen ook de boosdoener zijn. En soms wil je baby gewoon zo dicht mogelijk bij je zijn.

Moeder na de bevalling

Soms krijg je na de bevalling naweeën. Dit is een gevolg van het samentrekken van de baarmoeder. Zorg ervoor dat je voor iedere voeding plast en vang de weeën op zoals normale weeën. Ook kun je flink vloeien (bloed, en zelfs stolsels verliezen), doordat er in de baarmoeder een wond zit op de plaats waar de placenta heeft gezeten. Bij ruim vloeien (twee volle kraamverbanden in 15 minuten) of koorts (38 graden en hoger) neem je contact op met je verloskundige.

In onze brochure vind je meer informatie, ook voor de moeder na de bevalling. De link van de brochure heb je ontvangen na aanmelding.